Tentoonstelling: High Society in het Rijksmuseum

Op de dag dat ik de tentoonstelling High Society aanvankelijk wil bezoeken moet het Rijksmuseum haar deuren sluiten vanwege een stroomstoring. Gelukkig woon ik in de buurt en kan ik de volgende dag een nieuwe poging wagen, maar wat een sof: op de tweede dag van zo’n grootse tentoonstelling het toegestroomde publiek moeten wegsturen!

Reeds aangeschafte kaartjes van die dag (9 maart) blijven geldig voor een later bezoek, dus reis vooral opnieuw af naar het Museumplein, ook als je vanuit de andere kant van het land moet komen. Je zult er geen spijt van krijgen!

Op de tentoonstelling zijn 39 levensgrote ‘ten voeten uit’ portretten te zien. Het schilderen van zo’n portret is niet makkelijk, en gold dan ook eeuwenlang als een belangrijke proeve van bekwaamheid voor portrettisten. 

De naam High Society slaat op degenen die op de portretten worden afgebeeld. Het betreft hier de Bobo’s van weleer: mensen met geld en status. Deze status benadrukten zij door zichzelf op deze wijze te laten afbeelden: dan stelde je écht iemand voor!

De aanwezigen die mij het meest opvielen zal ik hier aan je voorstellen. De rest ontmoet je wanneer je zelf langs gaat op het feestje van Marten en Oopjen. 

De schilderijen komen uit verschillende stijlperioden. De populariteit van de mansgrote portretten was geen oprisping: op de tentoonstelling zijn portretten daterend van 1514 tot het begin van de vorige eeuw aanwezig. Ze zijn als gasten op een feestje bijeengebracht ter ere van de terugkeer van Marten Soolmans en Oopjen Coppit, het beroemde koppel geschilderd door Rembrandt. De afgelopen anderhalf jaar verbleven zij voor onderhoud in het restauratie-atelier van het Rijksmuseum.

Hendrik de Vrome en Katharina van Mecklenburg, Lucas Cranach
Hendrik de Vrome en Katharina van Mecklenburg, Lucas Cranach

De twee oudste portretten zijn die van het koppel Hendrik de Vrome en Katharina van Mecklenburg, in 1514 geschilderd door Lucas Cranach I. De twee dragen peperdure huwelijkskledij. Bianca du Mortier, conservator kostuum van het Rijksmuseum in het radioprogramma Opium: “Het kostuum van Hendrik is een beetje vergelijkbaar met die enorm dure spijkerbroeken waar met opzet scheuren in zijn gemaakt. Ook in dit huwelijkskostuum zijn met behulp van een heet mes inkepingen gemaakt. Dit noemde men ‘hakkelen’ en was in die tijd uitermate populair!” Het paar is behangen met sieraden. In één van de kettingen van Catharina staan de initialen ‘HK’, van Hendrik en Katharina, aan een ketting van Hendrik hangt een hanger met twee handen ineengeslagen om een hart. Op beide portretten is een hond afgebeeld, symbool voor huwelijkse trouw. Op het lijfje van de jurk van Katharina is de letter ‘M’ herhaaldelijk, in een patroon geborduurd, vermoedelijk als verwijzing naar haar familienaam. 

De portretten werden ooit op panelen geschilderd, en hierdoor uiterst gevoelig voor de tand des tijds. Daarom zijn ze overgezet op canvas. Dat dat mogelijk is wist ik ook niet, maar dat kan dus, met behulp van een ingewikkeld en griezelig proces

Uit dezelfde periode komt het portret van de machtige Keizer Karel V (1532), door Jacob Siesenegger. Karel draagt een bijzonder kledingstuk, dat ook Matthijs van Nieuwkerk in De wereld draait door leek te fascineren

Het betreft een eivormige tok, de zogenaamde braguette. Dit was een schaamkapsel, dat was afgeleid van het ridderharnas. Dit ontstond uit praktische overwegingen: mannen droegen alleen maar losse pijpen, geen hele broek. Op deze manier konden zij hun edele delen toch aankleden. In het radioprogramma Opium vertelt Bianca du Mortier, conservator kostuum van het Rijksmuseum: “Soms zat er nog een zakje aan de buitenkant van de braguette (autocorrect maakt er steeds ‘baguette’ van). Hierin kon men zakdoekjes of versnaperingen zoals een mandarijntje bewaren.” De braguette kon versierd zijn met borduursels en edelstenen. Hoe uitbundiger, hoe vruchtbaarder, dat wilde de drager althans uitstralen.

Karel V zette met dit portret de norm voor toekomstige staatsieportretten. Vanaf dat moment werden deze allemaal ten voeten uit geschilderd of gefotografeerd. 

De kleding van de invloedrijken der aarde is in de loop der eeuwen stukken minder uitbundig geworden. Hier en daar waagt een popster zich aan extreme outfits, maar ik kan me geen hooggeplaatst persoon voorstellen dat zich zou laten afbeelden als Kapitein Thomas Lee, in 1594 geschilderd door Marcus Gheeraerts. Lee was huurling in het Engelse koloniale leger van koningin Elisabeth I in Ierland, in dienst om de Katholieken in toom te houden. Dat hij zelf ook katholiek was hield hij uiteraard verborgen.

Kapitein Thomas Lee door Marcus Gheeraerts

Het eerste wat opvalt is zijn enorme decolleté. Verder draagt hij geen broek, wat op zijn minst opmerkelijk is te noemen. Het is een eerbetoon aan de straatarme Ierse voetsoldaten die blootsvoets het gevecht moesten aangaan. In die zin valt het schilderij te interpreteren als aanklacht. De Latijnse inscriptie op de bladeren van de boom refereert aan een quote van Livius die vrij vertaald ‘Doen en moedig standhouden’ betekent. Dit slaat op een verhaal over de Romeinse soldaat Scaevola, die infiltreerde in het Etruskische leger en toen hij werd gepakt zijn hand in het vuur stak om zijn moed te tonen. De gelijkenis tussen Sceavola en Thomas Lee wordt benadrukt door Lee’s verminkte hand, die er treurig bijhangt. 

Maurits, prins van Oranje, rond 1615 geschilderd door Michiel van Mierenvelt draagt een verguld harnas. Net als veel van de andere portretten in de tentoonstelling is hier de stofuitdrukking waanzinnig. Stofuitdrukking is de manier waarop een schilder een bepaald materiaal met verf op het doek nabootst. Prins Maurits is meerdere keren door van Mierenvelt geportretteerd. Uit recent onderzoek is gebleken dat Van Mierenvelt voor portretten die vaak moesten worden herhaald, gebruik maakte van geperforeerde tekeningen van het hoofd. Door hier met een kwast met grafiet overheen te strijken, kwamen de contouren dan op het doek te staan.

Maurits, prins van Oranje door Michiel van Mierenvelt
Maurits, prins van Oranje door Michiel van Mierenvelt

Veronese en van Mielich schilderden in ongeveer dezelfde periode een koppel. Veronese schilderde graaf Iseppo da Porto met zijn zoontje en gravin Livia da Porto Thiene met haar dochter en van Mielich schilderde Hertog Albrecht V van Beieren en Anna van Oostenrijk, De koppels hangen naast elkaar in één van de zalen en laten goed het verschil in de vaardigheid van het weergeven van de anatomie weer. Niet alleen de manier waarop de menselijke anatomie is geschilderd loopt uiteen. Beide vrouwen dragen een marter met een gouden masker, in de zestiende eeuw een talisman voor zwangere vrouwen. Het beestje van Veronese blinkt uit. 

Voor de portretten van de publiekstrekkers Marten en Oopjen is het druk. Mensen drommen samen om een glimp op te vangen van het mooi gerestaureerde stel. Terecht. Het zijn wonderschone portretten die na de opknapbeurt nog beter tot hun recht komen. De verschillende nuances zwart in de kleding zijn goed zichtbaar, zo zien we duidelijk de stippen op de jurk van Oopjen. 

Bianca du Mortier: “Het is nog steeds heel bijzonder dat ze hier zijn. Tot een paar jaren geleden waren ze in privébezit van een familie in Parijs. Ze hingen in de slaapkamer.”

Luisa Casati trekt ook als geschilderde gedaante direct de aandacht, precies zoals zij ooit in levende lijve deed. Giovanni Boldini schilderde deze extravagante vrouw in 1908.

Luisa Casati door Giovanni Boldini
Luisa Casati door Giovanni Boldini

Deze markiezin leidde een zeer uitbundig leven. Ze was de meest bekende celebrity van het begin van de 20e eeuw. Ze zag zichzelf als een kunstwerk en droeg levende slangen als juwelen. Haar haren verfde ze in extreme kleuren en in haar jurken verwerkte ze pauwenveren en brandende gloeilampen. Regelmatig ging ze aan de wandel met twee aangelijnde luipaarden. Ook reed ze in een gouden koets, vergezeld door naakte dienstbodes. Ze gaf regelmatig feesten waar de drank rijkelijk vloeide en de cocaïne in all-you-can-sniff hoeveelheden aanwezig was. Ze gaf geld uit als water waardoor ze bankroet eindigde en stierf in eenzaamheid. 

Boldini heeft er alles aan gedaan om Luisa zo flamboyant mogelijk weer te geven. Zijn wilde verftoets raast als een wervelwind over het doek, in een poging haar wilde en onvoorspelbare leven in één beeld te vangen. Haar ogen zijn donker omlijnd met kohlpotlood, maar wie er goed inkijkt, ziet wat er schuil gaat achter haar uitbundigheid. 

Walther Rathenau door Edvard Munch
Walther Rathenau door Edvard Munch

Edvard Munch kennen we natuurlijk allemaal van De Schreeuw, het kronkelende landschapsschilderij waar het onheilspellende vanaf spat. Hoe anders is het portret van zakenman en politicus Walther Rathenau, dat hij in 1907 schilderde. Het is een statig portret, waarvan Munch twee versies heeft gemaakt. De kenmerkende golvende lijnen heeft Munch niet helemaal achterwege gelaten. In de achtergrond, de stropdas en een heel klein beetje in het jasje heeft hij ze subtiel een plek gegeven. Munch gebruikte voor dit schilderij maar weinig verf, Rathenau is in dunne lagen opgezet. Mooi om even te vergelijken met het pastels opgezette portret van Anna, gravin van Noailles, in 1931 geschilderd door Kees van Dongen. Ze hangt recht tegenover Rathenau. In grove verfstreken heeft van Dongen met dikke klodders verf de essentie van deze grand dame weten te vangen. Het portret stuitte aanvankelijk op weerstand, door het enorme decolleté. Het voetje dat subtiel onder de jurk van Anna uitpiept is misschien nog wel uitdagender…

Het voetje van Anna door Kees van Dongen
Het voetje van Anna door Kees van Dongen

Vergeet vooral de knappe Dokter Pozzi niet te groeten voordat je de laatste zaal met portretten verlaat. Pozzi was gynaecoloog en werd door zijn patiënten onweerstaanbaar gevonden. Hij had onder zijn clientèle dan ook meerdere minnaressen. Door één van hen, actrice Sarah Bernard, werd hij Dr. Dieu genoemd. John Singer Sargent schilderde zijn opvallende portret in 1881.

Bij High Society hoort een toegift. Deze bestaat uit High Society Uncut, een verzameling prenten waarop de guilty pleasures van de elite zijn afgebeeld. 

Kijk maar eens goed naar het Valsspelende paar bij het kaarten, waarop nogal opzichtig is te zien hoe een onnozel slachtoffer tijdens een spelletje kaarten een loer wordt gedraaid.

Prins Eugenius van Savoye,e rond 1725 door Cornelis Troost
Prins Eugenius van Savoye,e rond 1725 door Cornelis Troost

Of naar Prins Eugenius van Savoye, rond 1725 door Cornelis Troost werd vastgelegd. De prins zit rechts op een stoel en grijnst. Hij geniet zichtbaar van de halfnaakte prostituees die door een bordeel paraderen. Links in beeld is te zien hoe Madame Traese, de eigenaresse van het sjieke bordeel aan de Prinsengracht één van de prostituees helpt met het optrekken van haar jurk.

Er is een apart kabinet met – je bent gewaarschuwd – expliciete afbeeldingen, die vaak door anonieme graveurs zijn gemaakt. Ze wilden hun reputatie niet op het spel zetten. Wat er exact op deze afbeeldingen te zien is moet je zelf maar gaan bekijken!

De tentoonstelling nodigt uit om een tweede rondje te maken. Let dan eens op het verschil tussen de losjes geschilderde schilderijen uit het begin van de twintigste eeuw die je als laatste zag en de vroegste schilderijen die ik aan het begin van dit blog besprak. 

High Society spreekt tot de verbeelding van velen. Weekblad Privé wijdde een speciale editie aan de tentoonstelling almede Harper’s Bazaar. Koefnoen maakte in samenwerking met het Rijksmuseum een komisch promotiefilmpje. 

In de museumwinkel zijn de gebruikelijke ansichtkaarten en koelkastmagneten te koop, en natuurlijk ook een catalogus. En speciaal ter ere van Marten en Oopjen verschenen een Gouden Boekje en een setje Playmobil!

High Society – Vier eeuwen glamour
Tot en met 3 juni 2018
Rijksmuseum
Museumstraat 1
Amsterdam

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *