De ‘Ways of Being’ van Maria Lassnig in het Stedelijk Museum

Als ik de tentoonstelling ‘Ways of Being’ binnenloop, sta ik oog in oog met Maria Lassnig zelf, de kunstenares waar het allemaal om draait. De dame op leeftijd zit er tamelijk onbeschaamd bij, ze is naakt en zit met haar benen wijd. Maar dat is niet wat mij schokt: het feit dat ze in haar ene hand een pistool heeft dat op mij gericht is, en in haar andere hand een pistool dat ze tegen haar slaap houdt, zorgt ervoor dat mijn adem even stokt. Wat wil Lassnig hiermee zeggen? Ben ik überhaupt wel welkom? Ze schilderde dit zelfportret – ‘Jij of ik’ – op 85-jarige leeftijd, in 2005.    Ik besluit de loop van het pistool maar even te negeren en het schilderij nader te bekijken. Het is geschilderd in de voor Maria Lassnig typische heldere tinten roze en blauw, en allesbehalve geïdealiseerd: haar borsten zijn tachtig-plus borsten – de zwaartekracht heeft er enige grip op gekregen – en het oude vel zit niet zo strak om het lijf. Heel wat anders dan de mooie plaatjes die we dagelijks via diverse media onder ogen krijgen.    Denk niet dat Lassnig geen ijdelheid kende. Ze vond het verschrikkelijk te moeten constateren hoe haar lichaam meer en meer in verval raakte, maar het was zoals het was, en zelfmedelijden vond ze niet op zijn plaats. Zoals ze al vanaf het begin van haar carrière deed, benaderde ze het zelfportret niet als iets dat van buitenaf wordt waargenomen. Wat zij wilde weergeven was de manier waarop het lichaam van binnenuit wordt waargenomen. Zo ontstonden haar zogenaamde ‘body-awareness’ schilderijen. En die kunnen door ons brein, dat gewend is aan ‘normale’ portretten, op zijn zachtst gezegd als ‘weird’ worden ervaren.  

Lassnig laat binnen haar zelfportretten doorgaans alleen ruimte voor de delen van haar lichaam die zij op dat moment echt voelt. Zo bestaat het schilderij ‘De bekwetterde’ (2000) vooral uit een enorme mond. Je kunt je nu ongetwijfeld ook een voorstelling maken van het schilderij ‘Gynaecologie’ (1963). De meeste portretten zijn kaal. Haar is namelijk niet iets dat van binnenuit voelbaar is. Vaak ontbreekt het gedeelte van het hoofd waarin het brein zich bevindt. Een enkele keer bevindt het brein zich buiten het hoofd.   Lassnig had lang niet alleen belangstelling voor haar eigen lichaam. Ook geëngageerde thema’s als emancipatie en oorlog hadden ruimschoots haar aandacht.   Door zichzelf af te beelden als succesvolle voetballer, bekritiseert Maria Lassnig het feit dat vrouwelijke kunstenaars nog altijd minder meetellen dan hun mannelijke collega’s. Zelfs in deze tijd wordt slechts dertig procent van kunst die meetelt door gemaakt door vrouwen. Een fenomeen dat in de voetbalwereld natuurlijk ook geldt.  

Met haar “penseel als enige wapen tegen oorlog en geweld” toont Lassnig haar weerzin tegen oorlog en geweld, in onder andere ‘Raketbasis: missies I en II’. Sporen van penselen die zij tegen het doek plakte en vervolgens weer verwijderde wekken de suggestie van opgestelde atoomraketten: klaar om te worden afgeschoten.   

Speciale fascinatie had Maria Lassnig voor Science Fiction. Het Amerika van de jaren zestig bood met een ruim aanbod aan populaire verhalen op dat gebied ruimschoots inspiratie voor schilderijen als ‘Ontbijt met ei’, een antwoord op Manet’s ‘Dejeuner sur l’herbe’. In plaats van de mannen en vrouwen uit het werk van de beroemde Franse schilder, heeft Lassnig een nogal vreemd aandoende groep buitenaardse wezens rond het picknickkleed laten plaatsnemen.   

In ‘Ways of Being’, de grootste overzichtstentoonstelling over Maria Lassnig ooit in Nederland gehouden, zijn niet alleen schilderijen en tekeningen te zien. Creatief als Lassnig was, experimenteerde zij ook jarenlang met bewegend beeld en maakte zo een aantal intrigerende animatiefilms. Een daarvan is ‘Chairs’, waarin mensen eigenschappen van stoelen overnemen en vice versa.    Voor ik vertrek loop ik nog een keer langs ‘Jij of ik’. Ook op dit portret is Lassnig kaal. En ze heeft geen oren. Blijkbaar was er op moment van schilderen niets te horen. Niets interessants althans. Maar waarom nou toch die pistolen? Lassnig eigent zich hiermee een beeld toe, dat we vooral kennen van stoere kerels. Ze biedt zichzelf, net als de voetbal-schilderijen, bestaansrecht in een wereld die wordt gedomineerd door mannen. Bovenal laat ze zien wat er op het spel staat: ‘Kijk of ik schiet!’, en dan ontneem jij jezelf de kans om mijn kunst toe te laten in jouw leven. ‘Kijk of ik schiet op mezelf!’, en dan ontneem jij mij de kans op erkenning als kunstenaar.   Kijken is bepaald geen straf binnen deze tentoonstelling. Het werk van Maria Lassnig is historisch, kleurrijk, ontroerend, actueel, expressief en ongewoon ongemakkelijk. Volop ingrediënten voor een interessant museumbezoek!

Maria Lassnig – Ways of being Tot en met 11 augustus 2019 Stedelijk Museum, Amsterdam  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *